Overwegingen in het park

Op stilstaand teak,
een reep beton, zit
hij, te wachten,
op de zon.

Met mensen eensgezind,
voor apart en tegen,
de wind.

Ruw traliewerk, het
gras in ’t niet, een
vreselijke rotzooi, als
gehard graniet.

Vrolijk,
kan ik niet zijn,
het is ingepakt
verdriet, ontstaan
uit pijn.

De lijnen in ’t gelaat,
zenuwen, de baas,
gelezen met kracht,
dit had ik niet verwacht.

Dood hout, geplant
voor jaren, dood
blijft, dood gedijt.

Achter de muur, daar
ligt de vrijheid,
files,
ellende
en voor mij
blijheid.

Ben F. Wesdijk

Plaats een reactie.