Neptunus

Piraten deden het in de broek,
de loods was bang,
en zag het aan.

Hij gooide golven op de boulevard,
de mensen braken stukken af,
stenen, brokken van de kaai,
zijn dijk brak door en maakte het nat.

Rivieren, zeeën, IJsselmeer, en
het Keteldiep,
het buisde,
hij trok teder door,
zijn torso ving het op.

Hij was op zoek,
en liet een storm de zee afschuimen,
met vlag en wimpel,
in de wind,
de zee ging dood, met
zijn gevolg,
Neptunus was niet echt,
Hij stak zijn riek in ’t wad.

Ben F. Wesdijk

Plaats een reactie.