In de spiegel van het leven

Toen zij in de spiegel van het leven keek,
voldaan en welbevonden,
de poeder, crème en ’t rode vlees,
ze stond daar al een week.

Met stomend haar, en
glinsters in haar ogen, lachte
zij heel subtiel, en
schudde haar verleidelijke bogen.

Haar hele lichaam, was
een feest, van
top tot teen, zij
had met al haar toppen
langs geweest.

Ze sprak, spiegel
spiegel aan de wand, wie
heeft de grootste,
sproeibus van het land ?

De spiegel sprak, maar
lieve meid toch, met
jouw mooie lieve ogen, en
je helderrode mond, de
spiegel was nog niet uitgesproken, of
donderde in duizend stukken, op
een harde ondergrond.

Ben F. Wesdijk

Plaats een reactie.