In mijn droom

In mijn droom was ik verwonderd,
van een vrouw die ik goed kende,
we gaven tongen aan elkaar,
ik dacht dat ik haar verwende.

Andersom was het precies zo,
zo ik me dat had voorgesteld,
ze vertelde ’t pas jaren later,
gister had ze nog gebeld.

Vanaf die tijd waren we weer samen,
ze was voor mij meer als een zus,
dat konden wij zowaar beamen,
daarna kreeg ik van haar een warme kus.

Om en om, zo ging het verder,
tongzoenen, strelen,
een kneepje hier, een aaitje daar,
‘k wou dat het altijd zo zou blijven,
ik deed het toen alleen met haar.

‘k Besefte dat ze weer zou komen,
man, wat was dat een lekk’re vrouw,
ze was de engel van mijn dromen,
helemaal alleen van jou.

Ben F. Wesdijk

Plaats een reactie.