Een vrije vertaling van het Flakkeese volkslied

Het woeste water van Flakkee,

is bijna helemaal verdwenen

nu staat het stil, maar

vroeger tot de schenen.

Vroeger waren de gorzen en de slikken nat,

het water blijft maar breed,

geen pont meer te bekennen,

en dijken bij de vleet.

Vroeger moest men sjouwen,

zwoegen, zweten, enzovoort,

de fiets hoefde niet op slot,

en ieder tuintje had een poort.

Vroeger, op Flakkee daar kon je leren,

te wieden, te zaaien, op de velden,

en zo, als de vrucht er later bijstond,

dat zag je elders maar zelden.

Vroeger, als s’avonds het werken was gedaan,

stonden ze allen gezellig te praten,

een met een pijp, de ander tabak,

soms zo lang, dat ze heel de tijd vergaten.

Vroeger, als de zon in het oosten de hemel kleurde,

stonden de werkers al klaar op de akker,

en hadden tot de eerste schoft al gesjouwd,

daarna werd een stadsmens pas wakker.

Zo leerden wij, dat door arbeid en kracht,

de beste vrucht, als

een zegen,

je wacht.

Plaats een reactie.