Herinnering aan Istanbul 1968

Zonder voorkennis
zonder een spoor van angst
verscheen jij in mijn wereld
zoals je deed
ik kon je niet negeren
zonder kwaad te worden
verdween jij uit mijn wereld
zonder een woord
en het achterlaten
van herinneringen

jij bestaat
diep in mijn gedachten
in mijn dromen
in mijn hart
en in mijn vers

we liepen zij aan zij
langs de rivier
denkend dat we vreemden waren
verdronken in elkaars ogen
een blik was genoeg
een ritme in onze harten
een droom die bestemd was

jij bestaat
diep in mijn gedachten
in mijn dromen
in mijn hart
en in mijn vers
de wereld is zo groot
waarom hebben wij elkaar ontmoet
zou het toeval zijn geweest
een onverwacht genot?
of was het toch mijn lot?

Ben F. Wesdijk

Plaats een reactie.